EW07 Omslag 600
Januari 2026

Glastuinbouw groener ­­en efficiënter dankzij slimme installaties

Slimme techniek

12 01

De glastuinbouw levert een belangrijke bijdrage aan ons bruto nationaal product. Om minder afhankelijk te worden van fossiele energie, is deze energie-intensieve sector al vele jaren bezig zijn verbruik te reduceren. Over 15 jaar wil de sector zelfs volledig fossielvrij opereren. Installatietechniek vervult daarin een sleutelrol. Vandaar dat de glastuinbouw vooroploopt op het gebied van technische innovaties en al veel nieuwe ­systemen toepast. Een fraai voorbeeld hiervan is VDE Plant in Woubrugge.

Warmtekrachtkoppeling, zonne-energie, warmtepompen, ontvochtiging, luchtbehandeling, geothermie, ledverlichting, warmte- en koudeopslag. Het is een greep uit de verschillende technische installaties die veel glastuinbouwbedrijven al jarenlang gebruiken. De meeste systemen zijn primair gericht op het optimaliseren van de teelt in de kas. Maar ze worden ook steeds meer ingezet om de energiekosten zo ver mogelijk terug te dringen. Want energie is voor veel telers een voorname kostenpost. De Nederlandse tuinbouw is zeer bedreven in het slim, schoon en efficiënt kweken van tuinbouwproducten, maar daarvoor moeten zij de kassen wel verwarmen (’s winters ) en  steeds vaker ook koelen (’s zomers).

8,5 miljoen groene planten

Bij familiebedrijf VDE Plant in Woubrugge kweekt de familie Van der Eijk al vele decennia diverse tuinbouwproducten. Samen met haar broer Edwin en een derde compagnon, Hein Visser, is Karin Van der Eijk momenteel mede-eigenaar en verantwoordelijk voor teelt en marketing bij het bedrijf. Samen met haar team van 75 medewerkers ontwikkelde zij het bedrijf tot een vooraanstaande specialist in groene potplanten die zorgen voor een minder stressvolle woon- en leefomgeving. Jaarlijks produceert het bedrijf 8,5 miljoen van deze planten op ruim 12 hectare, waarvan 9 hectare op de hoofdlocatie in Woubrugge. Zo werkte VDE Plant mee aan de vergroening van het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis, maar is Van der Eijk ook overtuigd dat groen in bijvoorbeeld het onderwijs een zeer positief effect heeft.

Enorme buffertanks

Wie het erf van VDE Plant oprijdt, ziet direct twee enorme buffertanks waarin het bedrijf warmte en koude opslaat. Deze bovengrondse buffers hebben gezamenlijk een inhoud van 1320 m3. De kwekers gebruiken deze buffertanks vooral als dagopslag. ‘Naast twee conventionele stookketels hebben wij sinds 2006 ook een warmtekrachtkoppelingsinstallatie (WKK) van 2 MW. Sindsdien hoeven we de conventionele ketels bijna niet meer te gebruiken. Deze staan er alleen nog voor de koude dagen, als we extra capaciteit nodig hebben. De WKK zetten we aan op de rendabele uren als we de stroom én warmte goed kunnen gebruiken. Als we de warmte niet direct nodig hebben, slaan we deze op in de buffers. In totaal kunnen we 70 MW aan warmte bufferen. Die hoeveelheid is op een winterdag voldoende om ons hele bedrijf van warmte te voorzien.’

12 02VDE Plant benut de 2 MW warmtekrachtkoppelingsinstallatie op de rendabele uren als er stroom wordt gevraagd voor het Nederlandse elektriciteitsnet en als het de stroom én warmte goed kan gebruiken.

Naar maximale energiebenutting

Van der Eijk en haar teeltspecialist Robert-Jan Veens zijn continu bezig om de inzet van de WKK verder te optimaliseren. ‘Wij kijken enerzijds naar de vraag op ons bedrijf’, vertelt Veens. ‘Anderzijds hebben we tegenwoordig ook te maken met ons dynamisch energiecontract en het vermogen dat we mogen afnemen en aan het net kunnen terugleveren. Het contract is tegelijk een begrenzing en een kans. Zo kunnen we niet altijd en op elk moment alle elektriciteit die we opwekken terugleveren. Op bepaalde momenten is de stroomprijs zo laag - of zelfs negatief - dat we de WKK niet willen gebruiken.’ Om op deze ontwikkelingen te kunnen inspelen, beraamt VDE Plant plannen om de inzet van installaties te optimaliseren. Dit doen ze samen met huisinstallateur Bosman Van Zaal. ‘Vorig jaar plaatsten we bij VDE Plant een tweede condensor achter de WKK en installeerden we een warmtepomp’, vertelt Martien Klein, contactpersoon van VDE Plant bij Bosman Van Zaal. ‘De WKK had al één condensor waarmee we warmte uit de uitlaatgassen van de WKK halen. Desondanks produceerde de WKK nog uitlaatgassen van 55 ˚C. Met de tweede condensor winnen we nog eens zo’n 40 graden uit deze uitlaatgassen, die we nu naar 15 ˚C afkoelen. Een warmtepomp van Carrier  met een thermisch vermogen van 700 kW waardeert de restwarmte op om in de buffertanks op te slaan.’ Volgens Klein is dit typisch zo’n technische ‘add-on’ die steeds meer telers toepassen om hun fossiele energiegebruik zo maximaal mogelijk te benutten. ‘De elektrische energie komt grotendeels van de eigen WKK, dus die wekken we toch al op. Met de condensors hebben we extra manieren om de laatste druppel energie uit het gasgebruik te benutten.’

‘Met condensors de laatste druppel energie uit gasgebruik benutten’

Van SON-T naar ledverlichting

De kassen worden dus verwarmd vanuit de buffertanks. Omdat de WKK door de beperkingen op het net niet altijd op vol vermogen kan draaien, vereist dit een inventief spel met vraag en aanbod. ‘Op een groot deel van ons areaal hangen ledlampen om ons gewas, met name in het donkere seizoen, van voldoende licht te voorzien. Die lampen vragen flink wat elektriciteit, die we met onze WKK opwekken’, vertelt Veens. ‘Voorheen hingen hier SON-T, oftewel gasontladingslampen. Die geven ook voldoende licht, maar vragen meer energie én geven warmte af. Ledverlichting doet dat minder. Onze belichting is nu dus zuiniger, maar we moeten wel iets meer warmte aan de kas toevoegen’, legt Van der Eijk uit. ‘Zo levert elke techniek die we toevoegen en die de energievoorziening beïnvloedt, direct een complex vraagstuk op. Bovendien blijven deze maatregelen – hoe belangrijk ook – ondergeschikt aan het creëren van een optimaal binnenklimaat voor onze planten. Dat staat altijd bovenaan.’

12 03De e-boiler verwarmt water met de in de kas geproduceerde ­elektriciteit en helpt het openbare elektriciteitsnet te ontlasten.

Aanvullende technieken

Om zo’n optimaal klimaat in stand te houden, liet VDE Plant een flink aantal ontvochtigers installeren. Van der Eijk: ‘Planten produceren veel vocht. Om schimmels en andere ziekten geen kans te geven, moeten we vocht afvoeren. Traditioneel zetten we hiervoor de luchtramen open. Maar dan ontsnapt ook de warmte die we in de kassen willen behouden. Met ontvochtigers kunnen we ontvochtigen zonder de ramen te openen en energie te verspillen.’ Omdat Klein uit ervaring weet dat ontvochtigen in de tuinbouw zijn eigen specificaties kent, ontwikkelde de R&D-afdeling van Bosman van Zaal twee eigen ontvochtigingsunits in plaats van standaard apparaten in te kopen. Het gaat om de OptiDry Compact X en OptiDry Advanced DX. De eerste is een geavanceerde condensdroger met een lucht-luchtwarmtewisselaar die de inkomende lucht voorkoelt en de gekoelde lucht naverwarmt. ‘Dit zorgt voor een energiebesparing van 30 procent op het benodigde koelvermogen in vergelijking met een conventionele condensdroger. Het tweede type is een compacte, efficiënte unit ontworpen voor het drogen, koelen en verwarmen van lucht in een plug-and-play formaat. Met onze eigen systemen voldoen we beter aan de wensen van de kwekers’, aldus Klein.
Om met (overtollige) elektriciteit warmte op te wekken, installeerde Bosman Van Zaal ook een elektrische boiler. ‘Meestal gebruiken we deze als we stroom uit de WKK niet op het net kwijt kunnen. Maar bijvoorbeeld ook als de stroom op het net heel goedkoop is, of als we in een bepaalde maand al over ons gecontracteerd vermogen zijn gegaan’, vertelt teeltspecialist Veens. ‘Deze installatie kan voor veel bedrijven interessant zijn om met de specifieke energiehuishouding en dynamische contracten zo optimaal mogelijk te kunnen sturen’, vult Klein aan. ‘Een paar jaar terug gold dat nog meer, maar nu het tarief- en belastingsysteem is aangepast, golft de interesse wat op en neer.’

Gasloos wordt erg lastig

Door de investeringen van VDE Plant in de achterliggende jaren, daalde het energiegebruik sterk. Zeker als je dit berekent per geproduceerde plant. Maar om het bedrijf volledig van het gas af te halen, moet nog veel gebeuren. ‘Wij zitten niet in een groot tuinbouwgebied, waardoor een gezamenlijke miljoeneninvestering in bijvoorbeeld geothermie hier niet haalbaar is. Ook loopt er geen restwarmteleiding in de buurt waarop we kunnen aansluiten. We deden met DivisionQ en Bosman Van Zaal wel onderzoek naar warmtewinning uit de sloten rondom het bedrijf, zogeheten aquathermie, maar capaciteit en haalbaarheid van deze techniek is hier nog niet rendabel’, vertelt Van der Eijk.
Of het ooit mogelijk is om VDE Plant volledig gasloos te maken, is nog onduidelijk. ‘De randvoorwaarden zijn hier ingewikkeld’, zegt Klein. Van der Eijk geeft aan dat ze in elk geval onderzoeken en uitvoeren wat haalbaar en betaalbaar is. Mogelijk zijn er over een aantal jaar nieuwe ontwikkelingen die de afhankelijkheid van gas opnieuw verminderen. Zo zijn er al kwekers die warmte uit de kas winnen en opslaan in een WKO. Ook zijn er WKK-installaties die op biogas of waterstof draaien. Kortom, de mogelijkheden zijn nog niet uitgeput. Maar voorlopig past nog niet elke innovatie in het businessmodel van een moderne kwekerij.

Naar klimaatneutrale glastuinbouw

In 2022 tekenden Glastuinbouw Nederland, Greenports Nederland en de ministeries van LNV, EZK en Financiën een nieuw Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030. Daarin legden de partijen het CO2-restemissiedoel voor 2030 vast en bevestigden zij de eerder vastgelegde ambitie om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Het convenant is de opvolger van de Meerjarenafspraak energietransitie glastuinbouw 2014-2020 en het Convenant CO2 emissieruimte glastuinbouw 2013-2020.

Tekst: Rob van Mil
Fotografie: VDE Plant

Lees meer artikelen in het dossier Klimaat- en duurzame techniek